De goedkoopste elektrische auto van Nederland is vervangen. Dacia liet vandaag de compleet nieuwe Spring zien: langer, ruimer, met een grotere accu en met de belofte dat hij onder de 20.000 euro blijft. Dat is precies het prijspunt waarop deze auto zijn hele bestaansrecht ontleent, dus die belofte telt zwaarder dan alle nieuwe designdetails bij elkaar. De vraag voor wie nu op de markt is, is simpel: teken je binnenkort voor deze Spring, koop je de huidige generatie met korting, of wacht je nog een half jaar op de rest van het budgetaanbod?
Wat er precies verandert
AutoWeek zag de auto van dichtbij en zette de maten op een rij. De nieuwe Spring is 3,85 meter lang, ongeveer 15 centimeter meer dan de Spring die nu bij de dealer staat. De wielbasis blijft met 2,49 meter gelijk, dus die extra lengte zit in de overhangen en in de bagageruimte. Achterin gaat 337 liter, met de bank plat 1.283 liter, en voorin zit een frunkje van 18 liter voor je laadkabels. Dat laatste klinkt als een detail, maar iedereen die weleens een natte kabel naast de boodschappen heeft gelegd weet dat het dat niet is.
Binnenin krijg je standaard een digitaal instrumentarium van 7 inch. Het infotainmentscherm van 10,1 inch met connected navigatie zit alleen op de duurdere van de twee uitvoeringen, Journey; op de instapper Expression krijg je een telefoonhouder op die plek en bedien je je muziek via de knoppen op het stuur. Verder is het een Dacia zoals je die kent: stalen wielen met doppen, handbediende airco, parkeersensoren achter, stof op de stoelen. Wie de nieuwe Spring aan de Sandero-lijn herkent, zit goed.
Waarom de Twingo hier steeds bij komt kijken
De nieuwe Spring deelt zijn basis met de Renault Twingo, en dat maakt de vergelijking bijna een familiekwestie. De Dacia is 6 centimeter langer en 2 centimeter breder dan de Twingo, en heeft dus die frunk die de Renault mist. Op papier heeft de Spring ook meer bagageruimte: 337 tegen 260 liter. Alleen kun je de achterbank in de Twingo naar voren schuiven, waarmee je tot 360 liter benut. De bank in de Spring zit vast op zijn plek, wel 50/50 deelbaar.
Mijn eigen afweging daarbij: als je achterin regelmatig volwassenen vervoert, is het verschil kleiner dan die getallen suggereren. AutoWeek zat er zelf al even in en noemt het bij 1,70 meter prima te doen en daarboven echt krap. Dat is voor een auto van 3,85 meter geen schande, maar het maakt de Spring eerder een ruime tweezitter met noodbank dan een gezinsauto.
Eén aandrijflijn, en één optie die je niet moet overslaan
Er is voorlopig één versie: een elektromotor van 80 pk op de voorwielen, gevoed door een LFP-accu van 27,5 kWh. Daarmee komt de Spring volgens Dacia tot 250 kilometer ver, gaat hij in iets meer dan 12 seconden naar 100 km/h en houdt hij het bij 130 km/h voor gezien. Laden gaat standaard met 6,6 kW wisselstroom. Wil je meer, dan is er het Charge Pack: 11 kW aan de wisselstroomlader en 50 kW snelladen.
Dat Charge Pack is wat mij betreft geen optie maar een voorwaarde. Zonder snellaadaansluiting is de Spring een auto die je alleen thuis of op het werk vult, en zit je bij een onverwachte omweg vast aan uren aan een laadpaal. Met 50 kW is de sprong naar tachtig procent op een tussenstop een kwartier of wat. Dat verschil bepaalt of dit je enige auto kan zijn of alleen je tweede. Reken bij het vergelijken van de prijslijst dus altijd met Charge Pack erbij, en beoordeel pas daarna of die 20.000 euro nog staat.
Dacia zette zelf een officiële onthullingsvideo online. Daarin zie je de nieuwe neus, het interieur en hoe die frunk in de praktijk opengaat.
Kopen of wachten
De prijzen komen volgens AutoWeek binnen enkele weken, en de auto staat eind dit jaar of begin volgend jaar bij de dealer. Dat betekent dat je nu nog geen definitief oordeel kunt vellen, maar wel al kunt bepalen in welk kamp je zit.
Wacht op de nieuwe Spring als je hem als hoofdauto gaat gebruiken en af en toe langer dan honderd kilometer rijdt. De grotere accu en de mogelijkheid tot snelladen zijn precies de twee zwakke plekken van de huidige generatie. Een paar maanden geduld levert je hier meer op dan welke korting dan ook.
Koop de huidige Spring als de auto vooral binnen de stad en de regio blijft en er thuis een stekker is. Zodra de nieuwe generatie is aangekondigd, wordt de voorraad van de oude interessant geprijsd, en op tweedehandsplatforms zie je nu al exemplaren uit 2023 en 2024 rond de 11.000 tot 14.000 euro staan. Voor korte ritten is die auto niet slechter geworden door de komst van een opvolger.
Wacht nog even langer als je flexibel bent in tijd. Er komt meer aan in dit segment, en we schreven eerder al over de vraag of je beter op de MG 2 kunt wachten of nu moet kopen. Hoe meer aanbod er onder de 20.000 euro komt, hoe scherper de prijzen worden.
Wat je ook doet: kijk niet alleen naar de aanschafprijs. Bij een auto in deze klasse maken de laadkosten thuis, de verzekering en de restwaarde na vier jaar samen meer verschil dan de duizend euro waarover je bij de dealer onderhandelt. Onze uitleg over thuis laden versus snelladen helpt je die rekensom compleet te maken. De officiële prijslijst en uitvoeringen komen op de site van Dacia Nederland te staan zodra ze bekend zijn.


