Automerken die hier klappen vangen: wat dat doet met restwaarde en service

Door

4 min lezen

Rij nieuwe auto's op het terrein van een autodealer

Verkoopcijfers zijn zelden spannend, tot je auto erin voorkomt. AutoWeek zette vandaag de registraties over de eerste acht maanden van 2026 naast die van vorig jaar, en er staat een flinke rij merken in het rood. Voor wie zo’n auto op de oprit heeft of erover nadenkt, is dat geen abstract nieuws. Slechte verkoopcijfers werken door in het dealernet, in de levertijd van onderdelen en, een paar jaar later, in wat je auto bij inruil nog doet.

Wie de klappen krijgt

De cijfers komen uit het overzicht van AutoWeek. Polestar levert het hardst in: 882 registraties in de eerste acht maanden van 2026 tegen 1.605 in dezelfde periode van 2025, een min van 45 procent. De Polestar 2 zakte van 947 naar 484 exemplaren, de Polestar 4 van 567 naar 331.

Ford verkoopt in absolute aantallen veruit het meeste van de dalers, maar ging van 10.372 naar 7.407 auto’s, ongeveer dertig procent minder. Vooral de elektrische Explorer voelt het: 950 stuks dit jaar tegen 1.724 vorig jaar. Mitsubishi kwam op 1.790 registraties uit tegen 2.590 vorig jaar. Alfa Romeo zakte van 662 naar 491 en Nissan leverde zo’n 25 procent in.

Daarachter volgt een lange lijst: Porsche en Land Rover beide 23 procent minder, DS en Lancia 20 procent, Mini 19 procent. Opvallender vind ik Skoda, dat met 15 procent minder registraties normaal gesproken in het rustige midden zit. De Elroq ging van 4.705 naar 3.883 stuks, de Octavia van 1.640 naar 1.146. Zelfs Volkswagen (-8 procent), BMW (-6 procent), Tesla (-1,4 procent) en Audi (-1 procent) staan onder de streep van vorig jaar.

Wat dat doet met de restwaarde

De reflex is om te denken dat weinig verkochte auto’s schaars en dus waardevast zijn. Zo werkt het bij gewone modellen niet. Een merk dat weinig nieuwe auto’s plaatst, heeft over drie jaar ook weinig occasions, maar vooral: het heeft weinig kopers die naar dat merk zoeken. De vraagkant is bepalend, niet de aanbodkant.

Bij elektrische modellen komt daar iets bovenop. Een leaserijder die zijn auto na vier jaar inlevert, komt terecht op een tweedehandsmarkt waar de koper vooral op accugezondheid en laadsnelheid let. Merken die tussentijds weinig zichtbaar zijn in de showroom, verdwijnen ook uit het hoofd van die koper. We schreven eerder al over de waardevermindering in het eerste jaar, en dat effect wordt sterker naarmate een merk minder loopt.

Dat is trouwens ook precies waarom prijsverlagingen op nieuwe modellen twee kanten hebben. Ze maken de auto aantrekkelijker om te kopen, maar drukken tegelijk de waarde van hetzelfde model dat vorig jaar bij iemand op de oprit kwam te staan. Dat zagen we deze week nog bij de prijsverlaging van de elektrische Eclipse Cross.

Dealernet en onderdelen: waar je het echt merkt

Het praktische risico zit niet in het merk dat verdwijnt, want dat gebeurt zelden. Het zit in het aantal vestigingen. Als de verkoop in een regio terugloopt, sluit een importeur geen fabriek maar wel een dealervestiging, of een vestiging stopt met het merk en gaat verder met een ander. Voor jou verandert er dan iets heel concreets: de garage die je onderhoud doet en die de software-updates voor je accu en laadmodule installeert, ligt ineens veertig kilometer verder.

Voor onderdelen geldt iets soortgelijks. Slijtdelen als remmen, banden en filters zijn nooit het probleem, die komen uit hetzelfde universele circuit. Waar je op moet letten zijn de merkspecifieke onderdelen van een elektrische auto: laadmodules, aandrijfmodules, warmtepompcomponenten en schadedelen van de accubehuizing. Bij modellen die hier in kleine aantallen rondrijden kan een schadeherstel weken langer duren, simpelweg omdat het onderdeel er niet ligt.

Wat je ermee doet

Heb je zo’n auto al? Dan is dit geen reden om iets te doen. Je auto rijdt niet slechter door een verkoopcijfer. Wel is het slim om te weten waar de dichtstbijzijnde erkende werkplaats zit en of die er over drie jaar nog zit. Bel je dealer een keer en vraag het gewoon.

Sta je op het punt te kopen? Kijk dan naar de aanbieding die eronder zit. Merken die achterblijven, worden scherper in de prijs, en bij een auto die je acht tot tien jaar houdt, is een korting van nu meer waard dan een restwaarde over vier jaar. Rijd je korter dan vier jaar of lease je privé, dan draai je die redenering om: dan betaal je de restwaarde juist elke maand mee.

Twijfel je tussen kopen en leasen? Bij een merk dat hard daalt, verschuift het restwaarderisico bij private lease naar de leasemaatschappij. Dat kost je iets in het maandbedrag, maar het is precies waar je voor betaalt. Onze vergelijking van kopen of leasen loopt die afweging langs.

Wil je zelf zien hoeveel exemplaren van een model er echt rondrijden voordat je tekent, dan kun je dat opzoeken in het open voertuigregister van de RDW. Een merk met twintigduizend auto’s in Nederland en een merk met achthonderd zijn twee heel verschillende aankopen, ook als de auto zelf even goed is.

Mark van den Berg avatar

Geschreven door

Verder lezen