De landelijke gemiddelde adviesprijs voor een liter Euro95 stond op 6 september 2026 op 2,712 euro, opnieuw de hoogste stand ooit. In diezelfde week verscheen een Europees onderzoek met een cijfer dat daar precies bij past: een elektrische auto rijden was vorig jaar in de EU 33 procent goedkoper dan een benzineauto. Dat klinkt als een uitgemaakte zaak, maar het is een Europees gemiddelde. Voor jouw situatie in Nederland kan het veel gunstiger of juist een stuk magerder uitpakken, en dat verschil zit vooral in de plek waar je laadt.
Wat het Europese onderzoek precies zegt
Het gaat om de EV Transition Check van denktank ICCT, waarover Electrive deze week berichtte. De onderzoekers keken naar de gebruikskosten in de Europese Unie over 2025 en kwamen uit op 33 procent voordeel voor de volledig elektrische auto. Wie uitsluitend aan de openbare paal laadde, dus zonder eigen laadpunt op de oprit, was volgens dezelfde studie nog altijd 28 procent goedkoper uit. Dat tweede getal is het interessantste, want dat is de groep die het vaakst twijfelt.
Verder valt in het onderzoek op dat de olieonrust die in februari 2026 begon de brandstofkosten voor benzine- en dieselauto’s met 12 tot 36 procent opjoeg, terwijl de energiekosten van elektrische rijders nauwelijks bewogen. De prijsontwikkeling bij aanschaf is opgehaald uit Duitse data van ongeveer 100.000 voertuigen: gecorrigeerd voor inflatie en uitrusting werden elektrische auto’s daar tussen 2020 en 2025 18 procent goedkoper, terwijl benzineauto’s 2 procent duurder werden. Wereldwijd daalden de accukosten in diezelfde periode met 35 procent.
Belangrijk om vast te houden: dit zijn EU-cijfers met een Duitse prijsanalyse eronder. Duitsland kent andere accijnzen, andere laadtarieven en een heel ander stelsel van autobelastingen dan wij. Je kunt die 33 procent dus niet zomaar op je eigen kosten plakken.
Wat dat in Nederlandse centen betekent
Reken het na met de tarieven van deze maand. Een benzineauto die 1 op 15 loopt, gebruikt 6,7 liter per 100 kilometer. Tegen die adviesprijs van 2,712 euro per liter kom je op ongeveer 18 euro per 100 kilometer. Een elektrische auto die 17 kWh per 100 kilometer verbruikt, kost bij een gemiddelde Nederlandse stroomprijs van rond de 0,27 euro per kWh in september 2026 iets minder dan 5 euro per 100 kilometer.
Laad je aan een gewone openbare paal, dan reken je in 2026 gemiddeld rond de 0,48 euro per kWh af. Dan wordt het ruim 8 euro per 100 kilometer. Snelladen is het duurst: daar lopen de tarieven uiteen van ongeveer 0,65 tot 0,90 euro per kWh, en dan zit je op 11 tot 15 euro per 100 kilometer. Wie alles langs de snelweg laadt, houdt dus maar een fractie van het voordeel over. We hebben die rekensom eerder uitgebreider gemaakt in ons stuk over de besparing per 100 kilometer, en de conclusie is elke keer dezelfde: je laadgedrag bepaalt het antwoord, niet je auto.
Dat is meteen mijn belangrijkste kanttekening bij dat Europese gemiddelde. Voor een gezin met een laadpaal op eigen terrein is 33 procent voordeel eerder een ondergrens dan een uitkomst. Voor de bewoner van een bovenwoning die twee keer per week aan de snellader hangt, is het een overschatting.
De Nederlandse belastingen tellen ook mee
Gebruikskosten zijn meer dan energie alleen. In Nederland betaal je voor een volledig elektrische personenauto in 2026 nog steeds minder motorrijtuigenbelasting, maar het voordeel is fors kleiner geworden: de korting ging van 75 procent in 2025 naar 30 procent voor de jaren 2026 tot en met 2028, en zakt daarna verder. Wat dat per kwartaal scheelt, hebben we uitgerekend in het artikel over de MRB-verhoging voor elektrische auto’s.
Rijd je een auto van de zaak, dan is de bijtelling de grootste post. Die staat in 2026 op 18 procent over de eerste 30.000 euro cataloguswaarde en 22 procent over het meerdere, en gaat in 2027 naar 20 procent. Vanaf 2028 geldt voor iedereen 22 procent. Dat percentage wordt vastgezet voor 60 maanden vanaf de eerste registratie, dus het moment van tenaamstelling is geld waard. In ons overzicht van de bijtelling in 2026 staat hoe dat uitpakt bij verschillende cataloguswaarden.
Wat er niet meer is, is een aanschafsubsidie voor particulieren. De SEPP is per 1 januari 2025 definitief gestopt, en in 2026 is er geen landelijke regeling voor de aankoop van een nieuwe of gebruikte elektrische auto. Wat er nog wel overblijft, zetten we op een rij in het stuk over de financiële voordelen na het einde van de subsidie.
Wat je met dit getal moet doen
De ICCT rekent naar gebruikskosten, niet naar totale kosten van bezit. Afschrijving zit er niet in, en dat is voor de meeste kopers de grootste post van allemaal. Een elektrische auto die in het eerste jaar hard in waarde daalt, kan een tank vol besparing zo weer opeten. Kijk dus altijd eerst naar de waardevermindering in het eerste jaar voordat je op de energiekosten afgaat.
Mijn advies is om die 33 procent niet als belofte te lezen maar als richtingaanwijzer. Beantwoord eerst drie vragen: kan ik thuis of bij het werk laden, hoeveel kilometer maak ik per jaar, en hoe lang houd ik de auto. Zeg je op de eerste vraag ja en rijd je meer dan 15.000 kilometer per jaar, dan haal je het Europese gemiddelde in Nederland waarschijnlijk moeiteloos. Ben je aangewezen op de openbare paal en rijd je 8.000 kilometer per jaar, dan is het verschil met een zuinige benzineauto klein genoeg om er geen haast mee te maken.


