De verkoop van volledig elektrische auto’s in de Europese Unie is dit jaar hard gegroeid, en het zijn vooral Chinese merken die die groei leveren. In de eerste acht maanden van 2026 werden er in de EU ruim 1,6 miljoen nieuwe elektrische auto’s verkocht, 45 procent meer dan een jaar eerder. Dat blijkt uit cijfers van de Europese autobrancheorganisatie ACEA, waarover AutoWeek deze week schreef. Voor wie de komende maanden een elektrische auto wil kopen, is de vraag niet zozeer wie er wint, maar wat die verschuiving doet met de prijs die je betaalt, de keuze die je hebt en wat je auto over een paar jaar nog waard is.
Wat de cijfers laten zien
Het marktaandeel van volledig elektrische auto’s in de EU kwam over de eerste acht maanden uit op 21,7 procent. Een jaar eerder was dat nog 15,8 procent. De groei zat vooral in Frankrijk (plus 74 procent), Duitsland (plus 53 procent) en Denemarken (plus 41 procent). Volgens AutoWeek hangen die cijfers samen met steunmaatregelen van overheden en de hoge brandstofprijzen. In Nederland groeide de verkoop van elektrische auto’s met 10 procent, een stuk minder dan in de landen om ons heen.
Opvallender is wie er verkocht. BYD, Chery, Geely en Leapmotor stuwden de groei op, terwijl grote Europese merken als Volkswagen, Peugeot en Renault nauwelijks groeiden of zelfs terugvielen. Cijfers van onderzoeksbureau Dataforce over augustus 2026 laten hetzelfde beeld zien voor heel Europa, dus de EU plus het Verenigd Koninkrijk en de EFTA-landen. Chinese merken hadden die maand samen een marktaandeel van 11,7 procent, tegen 7,1 procent in augustus 2025. Let op dat het daar om alle nieuwe auto’s gaat en niet alleen om elektrische.
- BYD registreerde in augustus 2026 in Europa 26.007 auto’s, 127,9 procent meer dan een jaar eerder.
- Chery, inclusief merken als Omoda en Jaecoo, kwam op 22.668 auto’s, een groei van 217,5 procent.
- Leapmotor, dat samenwerkt met Stellantis, groeide met 219,5 procent naar 7.630 auto’s.
Dat de Nederlandse groei achterblijft, verbaast me niet. Nederland was er vroeg bij, dus hier zit minder rek in dan in landen die pas nu echt beginnen. De verschuiving naar Chinese merken zie je hier wel gewoon terug, bij de dealer en op de weg.
Wat het doet met de prijs
Meer concurrentie is voor de koper vooral goed nieuws. Europese merken die marktaandeel verliezen, moeten iets doen, en in de praktijk betekent dat scherpere prijzen, rijkere standaarduitrusting of goedkopere instapversies. Dat zagen we de afgelopen weken al gebeuren. Volvo maakte de opgefriste EX40 en EC40 duizenden euro’s goedkoper, Toyota bracht een instapversie van de bZ4X Touring uit, en aan de onderkant van de markt verschijnen steeds meer kleine auto’s rond de 20.000 euro.
Ik denk dat die druk voorlopig blijft. De Chinese merken zijn hier om marktaandeel te winnen, niet om te testen. Wie nu koopt, doet er goed aan niet alleen de adviesprijs te vergelijken maar ook te vragen naar lopende acties, inruilpremies en voorraadauto’s. Juist bij merken die terrein verliezen zit er vaak meer ruimte dan de prijslijst suggereert.
Meer keuze, maar kijk naar het dealernet
Het aanbod is in een paar jaar tijd flink breder geworden. Waar je vroeger voor een betaalbare elektrische auto al snel bij een handvol modellen uitkwam, kies je nu uit Europese, Koreaanse en Chinese merken in bijna elke klasse. Over de veiligheid hoef je je bij de bekendere Chinese merken niet meer druk te maken, want Chinese elektrische auto’s halen weer vijf sterren bij Euro NCAP.
Waar ik wel op zou letten is de service. Een merk dat hard groeit, heeft niet altijd al een dicht netwerk van werkplaatsen en onderdelenmagazijnen. Vraag voor je tekent waar de dichtstbijzijnde werkplaats zit, hoe lang je gemiddeld op onderdelen wacht en wie de garantie afhandelt als de importeur verandert. Wat er gebeurt als een merk juist krimpt, lees je in ons stuk over automerken die hier klappen vangen. Dat geldt in deze markt voor beide kanten, het groeiende nieuwe merk en het gevestigde merk dat terrein verliest.
De onzekere factor is de restwaarde
Hier zit volgens mij het grootste risico, en het wordt vaak onderschat. Als nieuwe auto’s goedkoper worden door concurrentie, drukt dat ook de prijs van tweedehands exemplaren. Wie vandaag een elektrische auto koopt voor de volle prijs, kan over twee jaar merken dat hetzelfde model nieuw een stuk minder kost, en dat zie je terug in de inruilwaarde. Bij merken die hier nog maar kort zijn, is er bovendien weinig historie om op te bouwen. Niemand weet precies wat een vijf jaar oude auto van een merk dat pas net in Nederland zit straks opbrengt.
Dat is geen reden om een Chinees merk te laten liggen, wel een reden om slim te kopen. Een paar dingen die helpen:
- Houd je de auto lang, bijvoorbeeld acht jaar of meer, dan telt de restwaarde veel minder zwaar dan de prijs die je nu betaalt.
- Wil je na drie of vier jaar wisselen, overweeg dan private lease. Dan ligt het restwaarderisico bij de leasemaatschappij en niet bij jou.
- Kies bij twijfel voor een model met een bewezen accu. Hoe goed een accu zijn capaciteit vasthoudt, weegt steeds zwaarder in de occasionprijs, en daar zijn inmiddels ranglijsten per model van.
Voor kopers van een occasion werkt het precies andersom. Snel dalende nieuwprijzen maken tweedehands elektrische auto’s goedkoper, en dat is een van de redenen dat een jonge occasion voor veel mensen nu de verstandigste keuze is. Waar je daarbij op let, staat in ons overzicht over een occasion elektrische auto kopen.
Wat ik zou doen
Staat je aankoop gepland voor de komende maanden, dan hoef je niet te wachten op een nog lagere prijs. De concurrentie is er nu al, en die zie je terug in de acties. Leg in je vergelijking wel altijd minstens een Europees en een Chinees model naast elkaar, ook als je van plan was bij je vaste merk te blijven. Alleen al die vergelijking geeft je een sterkere positie aan tafel bij de dealer. En kijk verder dan de aanschafprijs. Een auto die duizend euro goedkoper is maar waarvoor je een uur moet rijden naar de werkplaats, is op de lange duur niet altijd de goedkopere keuze.


